Melati van Java: Het Boschmeisje
Amsterdam: L. J. Veen, tweede dr., zr. jr. (oorspr.1903)


XXVII.

Het overige der geschiedenis van het boschmeisje laat zich spoedig verhalen. Haar grootouders herkenden weldra in haar het kind van hun zoon; zij konden na haar geschiedenis tamelijk duidelijk opmaken uit haar herinneringen.
Na de schipbreuk was zij aan land gespoeld en op de een of andere wijze terechtgekomen bij kermisgasten; toen deze op hun zwerftochten haar mishandelden, was zij hen ontvlucht en had toen al zwervend de bosschen der Ardennen bereikt.
Hoe groot de vreugde van den ouden heer en

[197:]

mevrouw was, behoeven wij niet te beschrijven.
Hendrik deelde hun blijdschap niet.
Het boschmeisje herkende hem aan zijn aaneengegroeide wenkbrauwen en wees hem als de koetsier aan, die haar had ontvoerd.
Hij trachtte zich niet te verontschuldigen, maar vluchtte met zijn vriend Roelf, die ook den uitslag niet afwachtte van de bekentenissen van Gros Pierre en diens gezin.
Na het huwelijk van Simone vertrokken de gelukkige grootouders met hun kleinkind en Philip van Oudenaarde terug naar Holland, waar het boschmeisje, thans een rijke erfgenaam, een geheel nieuw leven tegemoet ging, dat zeker lang en gelukkig zal zijn geweest.

E I N D E.


inhoud | vorige pagina